U vraagt en ik kom.

De serenade op Myra’ s verjaardag.
Myra werd veertig. Ze was een van de drie knappe dochters van een goede kennis van me, een man die me de beginselen van het Spaans had bijgebracht. Ik was er vaak geweest, leuke meisjes vergeet je niet. Haar zus belde op: “ze heeft een diner met vriendinnen, kun jij na het eten een korte aubade brengen?”
Op de bewuste avond in een Italiaans restaurant stond zusje me buiten op te wachten. Snel rap vlug mijn gitaar uit de hoes halen, stemmen, wachten op hét moment.
Het toetje wordt geserveerd met brandende kaarsjes erop. Ik stap binnen met de gitaar en bij iedereen, bij mezelf op de eerste plaats, springen de tranen in de ogen. ( Zo fel waren de kaarsjes. )

Naast haar zitend aan tafel heb ik Sabor a mí gespeeld, misschien wel het meest romantische liefdeslied dat ik toen kende. Hierna hoor je een opname ervan gespeeld door mijn duo “Dictus & Van Son“.

Na de laatste klank kreeg ik een diepe knuffel als beloning. Ik ben een rijk man. Een gelukkig zanger. Dit soort feestjes kunnen er niet genoeg zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Het concertje met verzoekjes op het 50-jarig huwelijksfeest van Madeleine en Ger.
Ger had me gevraagd om te komen spelen op hun vijftigste huwelijksdag. Een markanter en contrastrijker man is haast niet te vinden. Zo markant, dat hij al gedacht had geregeld te hebben wat twee dochters later weer moesten ombuigen naar het feitelijke plan: een half uurtje een concert geven. “Wim speelt Cohen”, had pa gezegd. “Echt?”, vraagt me een van de dochters. “Wat wil hij nog meer?” gaf ik haar mee.
En zo stonden de voltallige familie en hun beste vrienden te luisteren naar een bonte verzameling liedjes van Cohen, Jaap Fischer, Sting, Peret, Julio Iglesias en Adamo. De helft van het repertoire was de avond daarvoor nog ingestudeerd.

Hier hou ik zo ontzettend van. Op maat spelen is immers de opmaat tot het spelen. De gouden gehuwden zaten te stralen en ik kreeg – joepie – alle ruimte om de liedjes toe te lichten met mijn droge commentaren. Ik vind mezelf niet zo grappig in de regel, maar er zijn prettige uitzonderingen.
“Een groot kleinkunstenaar” was later het predicaat dat ik mocht ontvangen van Ger. Een groot compliment voor een klein en blij ventje.

Nou denkt u misschien, “oh, dat wil ik ook”. U weet wat u dan moet doen: bellen, appen, mailen of andere soorten van digitale rooksignalen sturen.
Hiervoor maak ik muziek: om een paar blije en tevreden gezichten te zien. Omdat u het fijn vindt. Omdat ik het kan. En meestal niets liever doe dan dit.
Hoorde ik nou net de telefoon overgaan? Ja ho, ik kom er zo aan.

 

 

 

 

 

 

By | 2018-05-17T10:23:50+00:00 mei 15th, 2018|

About the Author: